Waterstofcyanide is een belangrijke industriële chemische stof en heeft vele toepassingen, voornamelijk bij de productie van verf, kunststoffen, synthetische vezels. Het wordt ook gebruikt als ontsmettingsmiddel om ongedierte te bestrijden. Natrium- en kaliumcyanide en andere cyanidezouten kunnen uit waterstofcyanide worden gemaakt. Waterstofcyanide kan in het milieu terechtkomen via bepaalde industriële processen, door uitstoot tijdens verbranding of door ongelukken tijdens transport.

Waterstofcyanide (HCN) werd voor het eerst in zuivere vorm geïsoleerd door de Zweedse chemicus Carl Wilhelm Scheele. Hij gaf er de naam ‘blauwzuur’ aan. De naam werd enerzijds afgeleid van de kleurstof Pruisisch blauw en anderzijds van het zure karakter van de stof. In de jaren 40 werd vloeibare waterstofcyanide toegevoegd aan een stof die als drager diende, zodat het gas hierdoor beter kan worden vervoerd zonder dat de gebruiker hierdoor gevaar loopt. We kennen allemaal Zyklon B dat gebruikt werd tijdens de Tweede Wereldoorlog waardoor een miljoen mensen gestorven zijn in Nazi kampen door inademing van het toxisch gas.
Blauwzuur is een zeer giftig kleurloos gas en ruikt naar bittere amandelen, maar niet iedereen kan deze geur waarnemen. Het toxisch gas verhindert dat het lichaam zuurstof kan gebruiken. De lijkvlekken zijn baksteenrood. Vroege tekenen van blootstelling aan waterstofcyanide zijn hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, verwardheid en slaperigheid. Een aanzienlijke blootstelling kan snel leiden tot bewusteloosheid, epileptische aanvallen, coma en mogelijk de dood.
Naar gelang de toedieningsvorm, zullen de symptomen van een cyanidevergiftiging verschillen: het inademen van het toxische gas, zal binnen een paar seconden hypoxieverschijnselen geven, bij inname van giftige zouten zal men binnen een paar minuten verschijnselen waarnemen. De symptomen variëren per orgaansysteem en treffen het neurologische, respiratoire, cardiovasculaire en gastro-intestinale systeem.
De verbranding van synthetische kunststoffen (oa. plastic) bij branden in gebouwen geeft, naast koolstofmonoxide (CO), ook waterstofcyanidegas vrij. HCN komt ook vrij via sigarettenrook of uitlaatgassen van auto's.
Tot slot is zijn er ook zelfmoordpogingen geweest via inname van cyanidezouten, meestal natrium- of kaliumcyanide (Jonestown, 1978)